Archief Inhoudsopgave

Het grote interview

Tamara van Ark, staatssecretaris van Sociale Zaken

“De schoonmaakbranche is een belangrijke bondgenoot”

Een jaar is Tamara van Ark nu aan de slag als staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ze heeft de ambitie om van de Banenafspraak een succes te maken en zoveel mogelijk mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk te helpen. En daar kan de schoonmaakbranche zeker een rol bij spelen, meent ze.

Lees meer

Ziet u de invulling van de banenafspraak als een uitdaging?

“Zonder meer. Tot 2026 willen we in totaal 125.000 extra banen in de marktsector en bij de overheid creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Uitgangspunt van dit kabinet is dat we iedereen de kans willen geven om aan het werk te gaan. Bij mensen die een afstand tot de arbeidsmarkt hebben, gaat dat meestal niet vanzelf. Dus moeten we er alles aan doen om te zorgen dat er voor deze mensen voldoende banen zijn en dat ze goede ondersteuning krijgen om daadwerkelijk een baan te vinden.”

Hoe belangrijk is werk voor mensen?

“Ongelooflijk belangrijk. Ik word tijdens werkbezoeken altijd geraakt door mensen die vertellen wat werk voor hen betekent. In het politieke debat gaat het vaak over het financiële aspect. Natuurlijk is geld belangrijk, ook ik vind dat werk moet lonen. Maar werk is meer dan dat. Het geeft mensen een gevoel van eigenwaarde. Bij iemand met een arbeidsbeperking wordt er vaak gekeken naar wat iemand niet kan. Als iemand dan een baan krijgt, gaat het ineens over wat iemand wél kan. Dat doet veel met mensen.”

Hoe kijkt u naar de inzet van de schoonmaakbranche?

“Er worden door de schoonmaakbranche ontzettend veel initiatieven ontplooid. Daar ben ik echt heel enthousiast over. Er worden samenwerkingsverbanden aangegaan met ROC’s en met gemeenten. Allemaal met het doel om mensen met een afstand tot arbeidsmarkt aan het werk te helpen. De branche levert daarmee een relevante maatschappelijke bijdrage.”

U was onlangs tijdens een werkbezoek bij Asito op Schiphol. Wat viel u op?

“Asito heeft het lastig om personeel te vinden, omdat de arbeidsmarkt steeds krapper wordt. Voor Schiphol is het belangrijk om inhoud te geven aan inclusief ondernemen. Daarom is een project opgezet om jongeren uit het praktijkonderwijs een bbl-opleiding te bieden, om hen zo op te leiden tot vliegtuigschoonmaker. Het is een voorbeeld van een project waarbij iedereen wint: Asito werft nieuwe mensen, Schiphol kan invulling geven aan inclusiviteit en kwetsbare jongeren leren een vak. Na zo’n werkbezoek ben ik dan altijd weer blij om verder te gaan met dit werk.”

De schoonmaakbranche ontplooit ontzettend veel initiatieven

Wat kan er wat u betreft nog verbeterd worden?

“In september heb ik een breed offensief gelanceerd. Dat heeft drie belangrijke doelstellingen: het werk moet lonend zijn, het moet voor werkgevers eenvoudig zijn om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen en regionaal moeten we de werkgeversdienstverlening versterken. De matching van werkgevers en werknemers moet echt fors verbeterd worden. Dat vraagt in de diverse arbeidsmarktregio’s om een betere samenwerking tussen gemeenten, UWV, werkgevers, opleidingscentra en scholen. Daarnaast is het wezenlijk dat er door gemeenten meer uniform gewerkt gaat worden. Ik hoor van schoonmaakorganisaties die landelijk opereren dat ze met elke gemeente andere afspraken moeten maken. Beleidsvrijheid van gemeenten is een groot goed, maar ik denk dat het ook anders geregeld kan worden.”

U heeft besloten dat de loondispensatie niet doorgaat. Waarom?

“De loondispensatie was onderdeel van het regeerakkoord. De gedachte erachter was om het voor werkgevers simpeler te maken. Van diverse partijen kregen wij echter het signaal dat loondispensatie het juist complexer zou maken, voor de werknemer, werkgever of gemeente. Daarom heb ik dit plan van tafel gehaald. Er wordt nu gewerkt aan een breed offensief als alternatief. Het idee is onder meer om de al bestaande loonkostensubsidie anders en beter in te gaan zetten.”

OSB heeft aangekaart dat het vreemd is als overheidswerk­gevers diensten als schoonmaak inkopen, dat niet meetelt voor de banenafspraak. Hoe staat u daarin?

“Er is nu inderdaad steeds discussie over waar die banen meetellen. Die discussie leidt af van waar het eigenlijk om gaat: het creëren van extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking.

Dus ook hier wil ik een versimpeling aanbrengen. Er is een motie door de Tweede Kamer aangenomen om het onderscheid tussen ‘overheid’ en ‘markt’ te laten vervallen. Ik ben de versimpeling aan het uitwerken, onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat de doelstelling van 125.000 banen blijft bestaan. Het moet niet zo zijn dat allerlei organisaties nu zeggen: laat een ander het maar doen.”

Vooral overheidswerkgevers hebben hun doelstelling voor de banenafspraak niet gehaald. Kan de schoonmaakbranche hier wellicht een bijdrage leveren?

“Uit een recente verkenning van het ministerie van Binnenlandse Zaken blijkt dat via catering en schoonmaak een betekenisvolle bijdrage kan worden geleverd aan de inzet van mensen met een arbeidsbeperking voor overheids­organisaties. Als gezegd: ik ben erg enthousiast en positief over de bijdrage die de schoonmaakbranche nu al levert. Bij het behalen van deze doelstelling zie ik ook de schoonmaakbranche als een belangrijke bondgenoot.”

U bent een van de sprekers op het komende OSB-congres. Wat wilt u schoonmaakondernemers meegeven?

“Allereerst denk ik dat een welgemeend compliment op zijn plek is. Schoonmaakbedrijven opereren niet in het makkelijkste deel van de markt. De marges zijn laag en de arbeidsmarkt is grillig. Maar de maatschappelijke verantwoordelijkheid die schoonmaakondernemingen nemen, vind ik echt een voorbeeld voor veel andere branches. Ik hoop dan ook de komende jaren de doelstelling van de Banenafspraak gezamenlijk met de schoonmaakbranche nog verder te kunnen invullen.”

Naar begin