Archief Inhoudsopgave

Actueel

Sylvia de Gunst, Mobiliteitscentrum Schoonmaak

Samenwerking is een win-winsituatie

De coronacrisis raakt een aantal sectoren hard. Ook voor schoonmaakbedrijven die actief zijn in de hotellerie, hospitality, kantoorschoonmaak en event business had de lockdown grote consequenties. Een groot aantal werknemers kwam hierdoor zonder werk te zitten. Half maart zagen de sociale partners in dat de coronacrisis voor zowel werkgevers als werknemers grote gevolgen kon hebben. In mum van tijd werd daarom het Mobiliteitscentrum Schoonmaak opgezet.

Lees meer

Half maart werd steeds meer duidelijk dat ook Nederland niet aan de coronacrisis zou ontkomen”, blikt Sylvia de Gunst, projectleider van het Mobiliteitscentrum Schoonmaak terug. “Er tekende zich een behoorlijk zwart scenario af: het werk van veel schoonmaakbedrijven kon door de verspreiding van het virus grotendeels stil komen te liggen. Half maart zijn de sociale partners samen met de RAS daarom na gaan denken over de opstart van een mobiliteitscentrum. In twee weken tijd werd het proces uitgedacht en werden er mensen bij gezocht. Op 6 april ging het Mobiliteitscentrum Schoonmaak live. Er is dus snel geanticipeerd.”

Water aan de lippen

“In de eerste anderhalve week melden zich al vijfendertig bedrijven bij ons”, vertelt De Gunst.

“Er was bij die bedrijven een behoorlijke paniek, omdat ze vaak hun totale personeelsbestand thuis hadden zitten. Kantoren, hotels, theaterzalen, bioscopen, congrescentra en horecagelegenheden hoefden niet meer schoongemaakt te worden. Het water stond de bedrijven niet aan de lippen, maar over de lippen. Ze wisten niet meer wat ze moesten doen. De urgentie van de situatie was zeer duidelijk.” Om haar leden te ondersteunen werd door OSB een Corona Helpdesk ingericht, waar ondernemers terecht konden met al hun vragen. De Gunst: “Het mobiliteitscentrum was een van de middelen waar schoonmaakbedrijven op konden terugvallen. In totaal hebben 112 bedrijven zich bij ons gemeld. Toen de coronacrisis piekte, waren er zo’n drieduizend mensen die op zoek waren naar ander werk.”

Het matchen van mensen vraagt maatwerk

Collegiale uitleen

De doelstelling van het mobiliteitscentrum was om die mensen zo snel mogelijk weer aan de slag te helpen, zegt De Gunst. “Dat kon bij een ander schoonmaakbedrijf zijn dat het extra druk had, omdat ze bijvoorbeeld ziekenhuizen of verpleeghuizen als klant hebben. Maar ook bij een bedrijf buiten de schoonmaak, dat een tekort aan medewerkers had. We zochten op websites naar openstaande vacatures en hadden contact met werkgeversservicepunten en UWV.” Voor de bedrijven met boventallig personeel was dat volgens De Gunst een uitkomst. “Bij collegiale uitleen werden de loonkosten voor 100% gedekt. Ging een schoonmaker in een andere sector aan de slag, dan hanteerden we een toeslag van dertig procent op een gemiddeld loon uit de loontabel.”

Volgens Ellen Dekkers, directeur van de RAS, is een belangrijke conclusie van de afgelopen maanden dat bemiddeling de arbeidsmobiliteit heeft vergemakkelijkt. “Het mobiliteitscentrum heeft bedrijven en medewerkers in beweging gebracht.” Soms was daar ook bijscholing voor nodig. Dekkers: “Een praktisch leersysteem is een belangrijke voorwaarde voor een soepele arbeidsmobiliteit. Dat hebben we gezien aan onze e-learnings hospitality, care en cure. Daar is gretig gebruik van gemaakt.”

Out-of-the-box denken

Een ander belangrijk inzicht is dat mensen plaatsen meer is dan een administratieve exercitie, constateert De Gunst.

“Als het ene bedrijf tien mensen op de bank heeft zitten en het andere bedrijf tien mensen nodig heeft, betekent dat nog niet dat er een match is. “Het gaat om het matchen van individuen, die allemaal hun eigen privéomstandigheden hebben en hun eigen wensen over werktijden. Het is dus maatwerk.” De Gunst merkte dat de medewerkers van het mobiliteitscentrum dan ook een belangrijke adviserende rol hadden. “Bij leidinggevenden van bedrijven was het niet altijd een automatisme om out-of-the-box te denken. Als er belemmeringen waren – denk aan een langere reistijd, de vraag om meer uren te werken of op andere tijden – dan dachten wij actief mee hoe we dat konden oplossen. Dat werd erg gewaardeerd.”

Vanwege het succes van het mobiliteitscentrum wordt volgens RAS-directeur Dekkers nu ook met de sociale partners gekeken naar de wenselijkheid en mogelijkheden om het mobiliteitscentrum breder door te ontwikkelen. “Dat zou een mooie stap kunnen zijn. Onze sector heeft mobiliteit hoog in het vaandel.” De Gunst sluit zich daar volledig bij aan. “Ik zie mogelijkheden om het huidige mobiliteitscentrum om te vormen tot een breder platform voor mobiliteit, loopbaanadvies en scholing. Werknemers zouden daar terecht kunnen als ze meer uren willen maken of loopbaan- of opleidingsadvies willen. En werkgevers kunnen er terecht voor de vraag en aanbod van personeel. Denk bijvoorbeeld aan een werknemer die deels arbeidsongeschikt is voor zijn eigen werk, die wél nog als orderpicker in een warehouse aan de slag kan. Ik denk dat zo’n platform de ‘spin in het web’ kan zijn: om personeel te matchen, maar ook om de samenwerking tussen bedrijven onderling te organiseren.”

Naar begin