Archief Inhoudsopgave

De Friskijker

Emeritus hoogleraar Jan Telgen

“We kunnen aanbestedingen eerlijker maken”

Zeven jaar geleden werd de Code Verantwoordelijk Marktgedrag geïntroduceerd in de schoonmaak en glasbewassing om een eind te maken aan de doorgeschoten prijzenslag in de branche. En hoewel inmiddels ruim 1.400 ondernemingen de code ondertekend hebben, wordt de roep steeds luider om de toepassing in de praktijk te verbeteren. Want aan de inkoopkant gaat het regelmatig mis, constateert emeritus hoogleraar Inkoopmanagement Jan Telgen.

Het is positief dat er inmiddels een groot aantal bedrijven aan de code meedoen”, stelt Telgen aan het begin van het gesprek. “Niettemin denk ik dat het tijd is voor een grondige herziening van de code: het is tijd voor een code schoonmaak 2.0.” Want, zo vervolgt Telgen, de principes van de code zijn mooi, maar de praktijk is vaak weerbarstig. “De basisgedachte is dat zowel prijs als kwaliteit tellen bij aanbestedingen. Alleen op prijs aanbesteden mag eigenlijk niet meer, maar toch zie je dat helaas nog wel gebeuren.”

Kluit belazeren

Zo zijn er volgens Telgen nog teveel mogelijkheden voor de aanbestedende partij om ‘de kluit te belazeren’. “Je ziet dan bijvoorbeeld dat ze kwaliteit zodanig omschrijven dat alle inschrijvers hetzelfde aantal punten scoort op kwaliteit. Dan maakt kwaliteit dus niets meer uit en is de prijs leidend.” Om dat soort mis­standen te voorkomen, pleit Telgen voor een openbare scoremethode. “Bij een aanbesteding moet de wegingsfactor bekend worden gemaakt, bijvoorbeeld zeventig procent prijs en dertig procent kwaliteit. De scoremethode, die bepaalt wie de winnaar is, wordt minder vaak bekend gemaakt. Je weet dus niet hoeveel punten je lager scoort als je prijs op jaar­basis bijvoorbeeld 10.000 euro hoger ligt. Of hoeveel extra punten je krijgt voor betere kwaliteit. Je weet dus ook niet of het loont om voor die 10.000 euro extra een betere kwaliteit te leveren.”

Relatief scoren

Verder brengt de methode van het ‘relatief scoren’ problemen met zich mee, zegt Telgen. “Bij een absolute beoordeling wordt een inschrijving niet vergeleken met andere inschrijvingen en zijn de scores die een inschrijving krijgt niet afhankelijk van anderen. Bij een relatieve beoordeling hangt de score van de prijs of de kwaliteit af van een andere inschrijving. Omdat deze methode buitengewoon ondoorzichtig is, is hij in een aantal andere landen verboden. Ik ben van mening dat Nederland dat voorbeeld zou moeten volgen.”

Een ander probleem dat Telgen signaleert, is het feit dat aanbe­stedingsstukken vaak ontoegankelijk zijn voor potentiele opdrachtnemers. “Als je vijftig pagina’s krijgt opgestuurd, dan haakt een mkb-bedrijf al snel af. Kleine bedrijven hebben niet de tijd of de expertise die grote bedrijven wel hebben.” Aanbestedingen zouden volgens Telgen eerlijker worden, als er normen komen voor de lengte en toegankelijkheid van de stukken. “Een goed voorbeeld is de Haagse Inkoop Samenwerking (HIS), waarbij de meeste ministeries zijn aangesloten. De HIS is bezig met een poging om aanbestedingen op drie A4’tjes te doen. Dat kan dus wél. Het zou goed zijn als de code zich ook daarop zou richten.”

Het is tijd voor een code schoonmaak 2.0

Aanbestedingsautoriteit

Telgen maakt zich overigens geen illusies: zolang er aanbestedingen zijn, zullen er misstanden blijven. Daarom is hij warm voorstander van een onafhankelijke instantie die klachten rond aanbestedingen kan behandelen. “Wij hebben als een van de weinige Europese landen géén Aanbestedings­autoriteit. Als je de Europese regels goed leest, dan zou die autoriteit er moeten komen. Nederland heeft dat nooit gewild. Misschien dat OSB het voortouw kan nemen om daar voor te pleiten.” Mocht een dergelijk instituut politiek niet haalbaar zijn, dan heeft Telgen nog een andere suggestie. “Je kunt ook denken aan een vraagbaak, een commissie van wijze mannen en vrouwen.

Die commissie toetst niet aan de wet, maar kijkt of de aanbesteding conform de Code Verantwoordelijk Marktgedrag is verlopen. Als mensen met gezag een oordeel vellen over een aanbestedingsprocedure, dan sta je als inschrijver in ieder geval sterker bij de rechter.”

“Ik ben blij dat de code er is, we moeten nu zeker niet het kind met het badwater weggooien”, concludeert Telgen. “Toch denk ik wel dat er goed moet worden gekeken hoe de code verder kan worden ingevuld. Met als doel om vraag en aanbod beter bij elkaar te brengen onder eerlijke omstandigheden.”

Naar begin