Archief Inhoudsopgave

OSB Nieuws

Hans Borstlap, voorzitter commissie Regulering van werk

Schoonmaakbranche voorbeeld modern werkgeverschap

Eind januari verscheen het langverwachte rapport van de commissie Regulering van werk. In opdracht van de minister van Sociale Zaken onderzocht de commissie wat er nodig is om de arbeidsmarkt te hervormen. Naar aanleiding van het advies ging Jeroen Veldboer, directeur (a.i.) van OSB, met commissievoorzitter Hans Borstlap in gesprek.

Lees meer

Veldboer: De titel van het rapport is: ‘In wat voor land willen wij werken?’. Wat is het antwoord op die vraag?

Borstlap: “Dat is een land waarin iedereen aan de slag is, ook al liggen zijn of haar capaciteiten qua productiviteit onder het minimumloon. Het is een land waarin mensen over voldoende kennis en vaardigheden beschikken. Zodat ze op de toekomst zijn voorbereid en makkelijk kunnen ‘overspringen’ naar een andere baan als dat nodig of gewenst is. Het is een land waarin we niet langer een wildgroei van allerlei contractvormen hebben. Maar een ordentelijke arbeidsmarkt met drie ‘rijbanen’: een rijbaan voor zelfstandigen, voor werknemers met een vast contract en een rijbaan voor uitzendkrachten. En het is een land dat een gelijk speelveld kent voor alle werkenden, waarbij de lasten op arbeid voor alle werkenden gelijk worden belast en ook platforms belasting en premies moeten afdragen. Dat zou het land zijn wat ons voor ogen staat.”

Veldboer: In aanloop naar het rapport hebben wij als OSB een aantal keer met de commissie gesproken. Welk beeld heb je van onze branche gekregen?

Borstlap: “Het is mij opgevallen dat jullie als branche op vele manieren invulling geven aan goed werkgeverschap. Zo’n 80% van de medewerkers heeft een vast contract, in de cao is de uitzendperiode beperkt tot een jaar, er is een verplichte vakopleiding, de mogelijkheid voor taallessen, er is ondersteuning voor mensen met schulden en jullie organiseren bedrijvenpools. Jullie zijn als branche een voortrekker op het gebied van modern werkgeverschap en daarmee een voorbeeld voor andere branches.”

Veldboer: Tijdens de presentatie van het rapport refereerde je specifiek ook aan één van de gesprekken met OSB. Waarom was dat?

Borstlap, lachend: “Tijdens dat gesprek had ik het achteloos over de onderkant van de arbeidsmarkt. Waarop ik werd gecorrigeerd door jullie voormalig beleidsadviseur Evelyne Simons. ‘Wat bedoel je?’, zei ze. ‘Die onderkant kennen wij niet in onze branche. We kennen uitsluitend de basis van de arbeidsmarkt. Bedoel je die soms?’ Dat vond ik heel mooi. Woorden zeggen vaak iets over wat erachter schuilgaat. Als je spreekt over ‘de basis van de arbeidsmarkt’, dan maak je duidelijk dat werk voor iedereen – ongeacht iemands capaciteiten – belangrijk is. Iedereen wil betrokken zijn bij de samenleving en werk is daarvoor essentieel.”

Veldboer: Toch kijk ik met verbazing naar het feit dat er meer dan één miljoen mensen langs de kant staan, terwijl veel werkgevers – ook in onze branche – de mensen niet kunnen vinden. Hoe zie jij dat?

Borstlap: “Ik deel die verbazing. Wij pleiten in ons rapport niet voor niets voor een activerend en inclusief arbeidsmarktbeleid. We stellen vast dat de overheidsuitgaven voor activerend arbeidsmarktbeleid zijn teruggegaan van 1,3 miljard naar 700 miljoen. Dat zal verhoogd moeten worden. Daarnaast zullen we de institutionele barrières moeten slechten. Ik geef een voorbeeld. Het UWV is bijvoorbeeld verantwoordelijk voor het eerste half jaar dat iemand werkloos is. Omdat het UWV resultaat wil boeken, worden de beste mensen uitgeselecteerd. Met de wat moeilijkere gevallen gebeurt dus niets. Na een half jaar zijn de gemeenten aan zet, maar ondertussen is dus al lang niets met die mensen gebeurt. Dat maakt het steeds moeilijker om ze aan het werk te krijgen. Die institutionele barrières mogen niet blijven voorbestaan.”

Veldboer: Als schoonmaaksector en met onze bedrijven nemen wij onze maatschappelijke verantwoordelijkheid. Wij zouden graag met de overheid de dialoog aangaan. Om te kijken welke problemen er liggen en hoe we die gezamenlijk met onze bedrijven kunnen oplossen, zonder dat meteen alle risico’s bij de bedrijven terecht komen. Hoe sta jij daar tegenover?

Borstlap: “Als vervolg op ons rapport pleiten wij voor een maatschappelijke alliantie. Er staan zulke grote belangen op het spel, dat alle relevante partijen betrokken moeten worden. De gesprekstafels zoals Ed Nijpels die had bij het Klimaatakkoord, kunnen een voorbeeld zijn. In ieder geval zou de schoonmaakbranche naar mijn mening moeten aanschuiven. Want op het gebied van modern werkgeverschap hebben jullie als branche stappen gezet, die andere branches nog niet hebben gezet.”

Naar begin