Archief Inhoudsopgave

Het grote interview

Hoogleraar Ferry Koster

Samenwerking noodzaak voor succesvolle innovatie

Innoveren is belangrijk en wordt in het huidige tijdsgewricht steeds belangrijker. Dat stelt Ferry Koster, hoogleraar Innovatieve Samenwerking bij TIAS School for Business and Society. “Innovatie komt zelden tot stand door individuen. Om succesvol te kunnen innoveren, is samenwerking cruciaal.”

Lees meer
Welke vormen van innovatie onderscheidt u?

“Je kunt zeggen dat er twee vormen van innovatie zijn. Allereerst zijn er de grote uitvindingen die tot een revolutie in de samenleving leiden. Denk aan de uitvinding van de stoommachine of de 3D-printer. Daarnaast zijn er de innovaties waarbij het continu verbeteren van producten of
productieprocessen centraal staat. Dat is de vorm van inno­vatie waar ondernemers zich mee bezighouden.”

Ziet u een toenemende noodzaak voor innovatie?

“Innoveren is belangrijk, maar wordt nog belangrijker. Je ziet een razendsnelle digitalisering en technologisering. Markten globaliseren. Marges worden kleiner. Dat alles maakt dat stilstaan zonder uitzondering achteruitgang betekent. Daarom is innoveren, zowel op product- als organisatieniveau, niet langer een luxe, maar een vereiste. Het is een kwestie van overleven.”

Hoe komt die innovatie tot stand?

“Er is een wijdverbreid misverstand dat innovatie vooral te danken is aan individuen: een
geniaal persoon die iets revolutio­nairs bedenkt. De geschiedenis leert dat de meeste vernieuwingen tot stand komen door gezamenlijke inspanning, vaak door voort te bouwen op wat andere mensen al gedaan hebben. Apple is daar een schoolvoorbeeld van. De muis en het bureaublad waren al ontwikkeld. Apple heeft die elementen op een slimme manier bijeengebracht, waardoor iets nieuws ontstond: de eerste personal computer.”

Bio

Prof. dr. Ferry Koster doet onderzoek naar de relatie tussen beleid, organisaties en individueel gedrag. Samenwerking is een kernthema in zijn onderzoek. Momenteel is hij bijzonder hoogleraar Innovatieve Samenwerking bij TIAS en als Universitair Hoofd­docent betrokken bij de afdeling Sociologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.


Hoe belangrijk is daarbij de onderlinge uitwisseling van kennis?

“Kennis wordt in de kennis­economie steeds crucialer. Het is een nieuwe productiefactor geworden. Maar die kennis wordt ook steeds ongrijpbaarder. Kennis die nodig is voor innovatie kun je niet in een handleiding vinden.

Die kennis is opgeslagen in de  >> hoofden van individuen of in de manier waarop mensen met elkaar werken. Ik geef altijd het voorbeeld van topkok Sergio Herman. Hij kan mij een recept geven. Maar als ik het gerecht bereid, zal dat altijd anders smaken dan zijn bereiding. Het op een goede manier uitwisselen van kennis levert dus nieuwe uitdagingen op.”

Het is een wijdverbreid misverstand dat innovatie te danken is aan individuen

Wie zijn beter in staat om te innoveren: grote bedrijven of juist mkb-bedrijven?

“Grotere bedrijven hebben vaak de financiële middelen om te innoveren, maar zijn over het algemeen wat logger. Mkb-bedrijven zijn flexibeler en meer genoodzaakt om te innoveren om te kunnen overleven in een sterk concurrerende markt. Tegelijkertijd worden ze geleefd door de waan van de dag: het dagelijks ondernemen. Wat in de praktijk vaak goed werkt, is als grote en kleinere bedrijven elkaar opzoeken. Dan ontstaan er de meest interessante dingen. Ook voor schoonmaakbedrijven zou die combinatie innovatie kunnen versnellen.”

Samenwerking is dus een must?

“Samenwerking is onontbeerlijk: in je eentje lukt het je niet. Door kennis met elkaar te delen en van elkaar te leren, lukt het organisaties om gezamenlijk nieuwe producten en diensten te ontwikkelen, nieuwe markten te creëren en nieuwe organisatiemodellen te bedenken die aansluiten bij de wensen van de markt. Die samenwerkingsverbanden kunnen verschillend van aard zijn. In het geval van ketensamenwerking liggen de organisaties in het verlengde van elkaar, zijn ze complementair aan elkaar. Het is echter ook mogelijk dat organisaties concurrenten van elkaar zijn, dan spreken we van coöpetitie.”

Kan OSB daar als branchevereniging een rol in spelen?

“Zonder meer. Van oudsher richten brancheorganisaties zich vooral op het vertegenwoordigen van de belangen van de leden. De afgelopen jaren verschuift dat meer richting het stimuleren van innovatie. De rol van een branche­vereniging is er in dat model op gericht om leden samen te brengen, kennisdeling mogelijk te maken en innovatiepilots te ondersteunen. En vooral ook om een structuur te bieden waarin kennis op een veilige manier kan worden uitgewisseld, zonder dat er misbruik kan ontstaan. Vertrouwen is een hele belangrijke succesfactor voor innovatie. Een branchevereniging kan bij uitstek de rol van vertrouwensmakelaar op zich nemen.”

Hoe kijkt u wat dat betreft naar het initiatief van OSB om te komen tot een Dienstenpact?

“Ik vind het heel positief dat OSB daarnaar kijkt. Een dergelijk pact kan een enorm positieve bijdrage leveren aan vernieuwende initia­tieven. Maar een dergelijk pact kan ook verworden tot een dood stuk papier. Relatiemanagement is wezenlijk om ervoor te zorgen dat het pact leidt tot concrete initiatieven en daarmee een succes wordt. Daar ligt een interessante uitdaging voor OSB.” 

Naar begin