Archief Inhoudsopgave

Het grote interview

Hans de Boer, voorzitter VNO-NCW

Schoonmaakbedrijven leveren een cruciale maatschappelijke bijdrage

Schoonmakers leveren een essentiële bijdrage aan het functioneren onze samenleving, meent VNO-NCW voorzitter Hans de Boer. Zij zorgen er immers voor dat onze werk- een leefomgeving leefbaar is. Maar daar blijft het niet bij. De schoonmaakbranche speelt tevens een essentiële rol bij de participatie en integratie aan de onderkant van de arbeidsmarkt. “Het is een sector die zijn maatschappelijke rol méér dan waarmaakt. Dan is het onbegrijpelijk dat die sector door inbesteding wordt gestraft.”

Lees meer
Hoe waardeert u het werk van schoonmakers?

“Als voorzitter van VNO-NCW heb ik een onregelmatig bestaan. Als ik op kantoor ben, ga ik ’s avonds vaak pas laat weg. Dat is de tijd waarop de schoonmakers met hun werk beginnen. Dan denk ik altijd: ‘jullie doen ontzettend waardevol werk’. Want dankzij hen blijft dit kantoor leefbaar. Als de meeste mensen thuis met de voeten op de bank zitten, zijn meer dan honderdduizend schoonmakers aan het werk om kantoren, fabrieken, zorginstellingen, scholen en stations weer netjes schoon te maken. Daarmee leveren ze een wezenlijke bijdrage aan het functioneren van onze samenleving.”

Op welke wijze levert de schoonmaakbranche nog meer een bijdrage?

“De branche heeft een grote economische waarde. Het is een sector met een miljardenomzet en een van de grootste werkgevers van ons land. Maar belang­rijker nog: schoonmaakbedrijven leveren een cruciale maatschappelijke bijdrage. Ze bieden werk voor een grote groep mensen. Het fundament van de arbeidsmarkt, zeg ik weleens. Dat zorgt voor inkomen, en mensen draaien mee en worden gewaardeerd om wat ze doen. Bovendien geeft de sector veel mensen de mogelijk­heid om te integreren in onze samenleving. Van alle schoonmakers is bijna vijftig procent van niet Nederlandse afkomst. De schoonmaakbranche is dus een ware integratiemotor. Dat belang is groot.”

Waarin ligt volgens u de meerwaarde van OSB?

“Het is een brancheorganisatie die kwaliteit hoog in het vaandel heeft en daardoor onderscheidend in de markt wil zijn. Het verplichte OSB-Keurmerk speelt daarbij een voorname rol. Met zo’n Keurmerk laat je zien dat je aan een kwaliteitsstandaard wilt voldoen. OSB-leden worden daarop ook gecontroleerd door een onafhankelijke instantie. Het is dus niet de slager die zijn eigen vlees keurt. Dat vind ik dus heel goed.”

Bio

Hans de Boer is sinds 1 juli 2014 voorzitter van ondernemingsorganisatie VNO-NCW. Voor zijn benoeming was De Boer commissaris en adviseur bij diverse organisaties. Van 1997 tot en met 2003 was hij voorzitter van MKB-Nederland. Daarnaast leidde hij de Taskforce Jeugdwerkloosheid en was hij initiatiefnemer van de Vakcolleges. Als voorzitter van VNO-NCW is hij tevens vicevoorzitter van de SER en covoorzitter van de Stichting van der Arbeid.


Hoe ziet u in dat licht de schoonmaak-cao?

“Dat is gewoon een hele goede cao. De schoonmaakbranche kent gunstige arbeidsvoorwaarden. Er is een aparte Arbo cao. En er is een sociale paragraaf die regelt dat bij een overname van een schoonmaakcontract het grootste deel van de schoonmakers gewoon hun werk behoudt. De branche kent tevens een ver­plichte basisopleiding; in andere sectoren bestaat een dergelijke verplichting niet. Daarnaast biedt de branche op grote schaal Neder­landse taaltrajecten aan, wat de integratie bevordert. Ook wat dat betreft neemt de branche dus zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid.”

In mei ontving OSB de AWVN-trofee voor ‘vernieuwend werkgeven’. Terecht?

“Zeer terecht. De relatie tussen OSB en de vakbonden was de
afgelopen jaren moeilijk. Piet Adema heeft als nieuwe voorzitter een bepalende rol gehad om die verhoudingen te norma­liseren. Door voorafgaand aan de cao-onderhandelingen een vernieuwingstafel te organise­ren. Samen met de bonden is er gekeken naar toekomst en is er een gedeelde visie op papier gezet. Dat heeft een positieve uitwerking gehad.”

Die inbesteding, daar moeten we absoluut van af

De nieuwe cao kwam uiteindelijk zonder acties en stakingen tot stand…

“Ja, dat verdient een enorm compliment. Er lag ook een goed loonbod vanuit OSB. Want als je contractuele loonsom en incidentele vergoedingen bij elkaar optelt, kom je op ongeveer drie procent. Zo houdt de sector gelijke tred met de economische ontwikkeling.”

OSB ondersteunt het stre­ven naar een Dienstenpact. Hoe kijkt u daarnaar?

“Ik vind dat een slimme keuze. Samenwerking met andere sectoren als de beveiliging en catering biedt volop kansen. Daar kunnen mooie dingen uit voortkomen. Maar alleen een pact is niet voldoende. Het moet wel leiden tot concrete actie.”

Er wordt nu nagedacht over het idee van ‘basisbanen’. Wat is dat precies?

“Dat is een initiatief waar ik namens VNO-NCW persoonlijk een rol in wil spelen. Er staan nu nog honderdduizenden mensen buiten het arbeidsproces. Dat moet echt anders. Er moet een ambitieus plan komen om mensen met een zwakke positie op de arbeidsmarkt aan het werk te krijgen. Geen Melkertbanen, maar echte banen. De schoonmaakbranche kan daarbij een belangrijke partner zijn.”

Tot slot: wat vindt u van de keuze van de overheid om tot inbesteding van de schoonmaak over te gaan?

“Dat is een dramatisch idee, dat we te danken hebben aan het vorige kabinet. Een domme, kortzichtige en zelfzuchtige rotstreek. In Amsterdam zie je dat inbeste­ding ertoe leidt dat de schoonmaak veel en veel duurder wordt. Dan gaat het wel om onze belas­tingcenten. Met die inbesteding zetten we echt tien stappen terug. Het zal ten koste gaan van de kwaliteit van de schoonmaak en van de opleiding van schoon­makers. Bovendien zal hun werkonzekerheid – door de afhankelijkheid van één opdrachtgever – alleen maar toenemen.”

U begrijpt niet waarom dit is besloten?

“Nee, dit is de grootste fout die men had kunnen maken. Er wordt behoorlijk wat werk uit de markt getrokken en buiten het concurrentieproces geplaatst. En wat ik nog het meest erge vind: je straft ook nog eens een sector die zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid méér dan waarmaakt. De schoonmaakbranche speelt een essentiële rol bij de participatie en integratie aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Dan is het van de gekke dat je vervolgens op het strafbankje wordt gezet. Ik wil daarover ook in gesprek met de politiek. Want die inbesteding, daar moeten we absoluut van af.”

Naar begin