Archief Inhoudsopgave

Actueel

Marcel Keijzer, projectleider Schoonmaak Inspectie SZW

Liever voorkomen dan aanpakken achteraf

“Wij proberen als Inspectie onze middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten”, zegt Marcel Keijzer, die als projectleider Schoonmaak werkzaam is bij de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid. “Onze capaciteit heeft een bepaalde omvang en daarom werken wij met risicogerichte controles. Bedrijven die zich netjes gedragen, laten wij veelal met rust. Maar bedrijven met een hoog risicoprofiel lopen een grote kans dat een van onze inspecteurs langskomt.”

Lees meer

Ook in de schoonmaakbranche is het doel van de Inspectie dat er eerlijk, gezond en veilig wordt gewerkt, stelt Keijzer. “Om dat te bereiken, werken we intensief samen met onze handhavingspartners, zoals de Belastingdienst, UWV, IND en gemeenten. Op basis van een probleemanalyse kijken we welke interventies nodig zijn.” Daarbij kiest de Inspectie niet voor ‘spier­ballenvertoon’, maar voor een effectgerichte aanpak, benadrukt Keijzer. “Voordat we inspecteurs langs sturen, proberen we eerst op andere manieren ons doel te bereiken. Liever voorkomen aan de voorkant dan aanpakken achteraf. En daar hebben we elkaar voor nodig. Een organisatie als OSB weet immers vaak meer van de branche dan wij.”

Hij geeft het voorbeeld van fastfoodketens, waar de Inspectie onderbetaling, zwartwerk en uit­keringsfraude regelmatig tegenkomt. “Dan gaan we om de tafel zitten met de fastfoodketens en andere stakeholders om te kijken hoe we het kunnen oplossen. In dit geval heeft dat geleid tot de digitale checklist Werken met schoonmaakbedrijven. Die checklist is ontwikkeld met de verschillende handhavingspartners in samenwerking met onder meer OSB. De checklist helpt opdrachtgevers om, op basis van tien criteria, een schoonmaakbedrijf te beoordelen. Daarmee vergroten opdrachtgevers de kans dat zij werken met een eerlijk bedrijf.”

Ik vind het zeer positief dat OSB constructief meedenkt

Rotte appels aanpakken

Keijzer vindt ‘het zeer positief’ dat OSB op deze constructieve wijze meedenkt. “Er wordt ook onderling informatie uitgewisseld en onlangs hebben inspecteurs uit het Interventieteam Schoonmaak een presentatie gegeven aan inspecteurs van de Inspectie­instellingen. Uiteindelijk hebben we hetzelfde belang: het aanpak­ken van rotte appels, zodat die het blazoen van de schoonmaakbranche niet bezoedelen.” Uit cijfers van de Inspectie blijkt dat er nog behoorlijk wat werk aan de winkel is, aldus Keijzer: “In 2016 hebben wij 142 onderzoe­ken afgerond, waarbij in 52% van de gevallen overtredingen zijn geconstateerd. Daarbij ging het vooral over de overtredingen in het kader van de Wet Minimumloon, de Arbeidstijdenwet en de Wet Arbeid Vreemdelingen.” In de praktijk merkt de Inspectie dat bedrijven die zich hebben aangesloten bij de Code Verantwoordelijk Marktgedrag en in het bezit zijn van het OSB-Keurmerk minder vaak betrokken zijn bij misstanden.

“Met het Keurmerk laat OSB zien dat ze het belangrijk vinden dat schoonmaakbedrijven zich aan de regels houden. Dat juichen wij toe. Maar er zijn wel zorgen: want ook bij OSB-bedrij­ven constateren we overtredingen. Daar ligt dus een uitdaging voor OSB om te zorgen dat zaken nóg beter gaan.”

Goed werkgeverschap

Keijzer denkt dat het daarom van belang is dat OSB en de Inspectie nog concreter gaan samenwer­ken. “Naar mijn mening liggen er kansen om gezamenlijk richting andere brancheverenigingen en opdrachtgevers op te trekken. Denk bijvoorbeeld aan Konink­lijke Horeca Nederland of hotelketens.” Dat gezegd hebbend, blijft Keijzer positief over het feit dat OSB zich sterk maakt voor goed werkgeverschap en kwaliteit in de branche. “OSB-voorzitter Piet Adema heeft zich op Decent Work Day daar onlangs krachtig over uitgesproken. Door te stellen dat fatsoenlijke arbeidsomstandigheden en duurzame inzetbaarheid van schoonmakers en glazenwassers een prominente plaats op de agenda van OSB hebben. Daar staan we als Inspectie volledig achter.”

Naar begin