Archief Inhoudsopgave

OSB nieuws

sociale partners verkennen de toekomst

Er was de noodzaak voor een gedeelde visie

‘Naar een facilitaire hospitality branche’. Dat is de titel van de toekomstverkenning die de sociale partners begin dit jaar op papier hebben gezet. Reden genoeg voor een driegesprek met de direct betrokkenen: FNV-bestuurder Jet Linssen, CNV-bestuurder Jan Kampherbeek en OSB-voorzitter Piet Adema.

Lees meer

Linssen: “Het is geen geheim dat in de voorbije jaren veel spanning stond op de relatie tussen werkgevers- en werknemersorganisaties. Tijdens de cao-onderhandelingen van 2014 is daarom besloten een ‘vernieuwingstafel’ in het leven te roepen. Aan die tafel konden onderwerpen aan bod komen waar we tijdens de cao-onderhandelingen niet uitkwamen of geen tijd voor hadden. Het bleek ook een goede keus om een buitenstaander, Wim Kooijman, te vragen dat proces te begeleiden.”

Kampherbeek: “Al snel bleek dat je niet aan een vernieuwings­agenda kunt werken zonder de vraag te stellen: ‘Gaan we eigenlijk allemaal uit van hetzelfde doel?’ Zo ontstond de noodzaak om te komen tot een gedeelde visie.”

Adema: “Dat resulteerde in de toekomstverkenning ‘Naar een facilitaire hospitality branche’. Daarin geven we aan in welke richting de branche zich tot 2020 zou moeten ontwikkelen. Het is een stip op de horizon, een richtinggevend kader voor de afspraken die we de komende jaren maken.”

Linssen: “Door de vernieuwingstafel ontstond er onderling een hele andere sfeer. Juist door de vraag te stellen: ‘Wat bindt ons nu eigenlijk en hoe komen we daar?’ Toen bleken er verbazingwekkend veel dingen te zijn waar we het over eens waren.”

Kampherbeek: “Er is meer begrip voor elkaars positie, waardoor de onderlinge verhoudin­gen zijn verbeterd. Ook de andere personele samenstelling van het overleg heeft daar zeker aan bijgedragen. Daardoor heeft de vernieuwingsagenda dynamiek gekregen.”

Linssen: “Het gaat erom dat je als sociale partners op een normale manier met elkaar omgaat, zonder dreigementen of waarschuwingsbrieven. Ik ben blij dat wij als vakbeweging niet langer als ‘de vijand’ worden gezien, maar dat we als gelijkwaardige partners aan tafels zitten.”

Kernpunten

De sociale partners in de schoonmaakbranche hebben een gezamenlijke visie ontwikkeld. De partijen wensen het volgende:

  1. De schoonmaakbranche is een op waarden gedreven branche.
  2. In de schoonmaakbranche wordt gezocht naar nieuwe oplossingen in techniek, methode, positionering en sociale verhoudingen.
  3. De schoonmaakbranche heeft evenwichtige arbeidsvoorwaarden.
  4. De schoonmaakbranche is economisch gezond.

Adema: “Dat onderlinge begrip heeft het mogelijk gemaakt om tot deze toekomstverkenning te komen. Daarin zijn vier uitgangs­punten benoemd. We willen een trendsettende branche zijn, met evenwichtige arbeidsverhoudingen, met een gezond rendement voor de bedrijven en tevens een branche die door waarden wordt gedreven. Een verschuiving dus van regelgeving naar normering.”

Kampherbeek: “Dat hebben we geleerd van de Code Verantwoordelijk Marktgedrag. Dat is géén wet, maar wel een belang­rijk instrument om alle betrokkenen hun verantwoordelijkheid te laten nemen. Het uitgangspunt is niet of iets juridisch mag, maar of het gaat om verantwoordelijk gedrag.”

Adema: “Door de code, maar ook door het OSB-Keurmerk is er de afgelopen jaren al veel ten goede veranderd. OSB heeft een fors aantal leden verloren, omdat die niet aan de kwali­teitsstandaard van het keurmerk wilden voldoen. Op dat vlak doen wij geen concessies: we houden vast aan het keurmerk.”

Er bleken verbazingwekkend veel dingen te zijn waar we het over eens waren

Linssen: “Dat zijn zeker veranderingen ten goede. Maar als we op een normale manier met elkaar om willen gaan, dan moet er niet van ons geëist worden om tegen inbesteden te zijn. Een goede cao is het beste middel om inbesteden te voorkomen.”

Adema: “Als de sector door inbesteding verder wordt uitgekleed, dan verzwak je de sector. En het is heel simpel: een sterke sector kan uiteinde­lijk voor de werknemers meer bereiken.”

Kampherbeek: “Inderdaad, stevige sectoren kunnen meer aan de weg timmeren. Maar dat mag niet ten koste gaan van de schoonmakers. Je zult een balans moeten vinden tussen wat goed is voor de werknemers en wat goed is voor werkgevers.”

Linssen: “We zouden de schoonmaker ook zichtbaarder moeten maken, bijvoorbeeld door dagschoonmaak te stimu­leren. Dan zal de samenleving anders gaan kijken naar hun werk. Dat maakt het voor werkgevers- en werknemersorganisaties vervolgens gemakkelijker om samen op te trekken. Denk aan aanbesteding om de vijf of tien jaar, in plaats van jaar­lijks. Dan ontstaat er echt een win-winsituatie.”

Adema: “Daarom is die stip op de horizon zo wezenlijk. Laten we vooral ook richting overheid gezamenlijk optrekken. Laten we aan de politici en beleidsmakers laten zien dat de branche een ware integratiemotor is, waarbij er soms wel honderd verschillende nationaliteiten op één locatie gewoon met elkaar omgaan.”

Kampherbeek: “Dat ondersteun ik van harte. Want op dit moment staan groepen in onze samenleving vooral tegenover elkaar. In de schoonmaak zie je dat die diversiteit geen probleem vormt en al die heel verschillende mensen ook prima kunnen samenwerken. Daarin kan de branche een voorbeeld zijn voor de rest van Nederland.”


De volledige tekst van de toekomstverkenning ‘Naar een facilitaire hospitality branche’ kunt u bekijken op www.osb.nl/stip-op-de-horizon.


Naar begin