Archief Inhoudsopgave

Het grote interview

Hoogleraar Elisabetta Manunza

“Inbestedingstrend bij overheid is zorgelijk”

Vorig jaar besloot minister Asscher van Sociale Zaken om het schoonmaak­werk bij de Rijksoverheid weer te gaan inbesteden. Een beslissing die volgens Elisabetta Manunza – als hoogleraar Internationaal en Europees Aanbestedingsrecht verbonden aan de Universiteit Utrecht – zeker niet onomstreden is. “Het is een politieke beslissing, waarbij niet is aangetoond of de samenleving er wel baat bij heeft.”

Lees meer
Wat vindt u van het feit dat de overheid heeft besloten om een aantal diensten weer te gaan inbesteden?

“Dat besluit kan onder omstandigheden juridisch toelaatbaar en doelmatig zijn. Ik vind het echter zorgelijk dat potentiële leveranciers a priori de kans wordt ontnomen om een goede offerte in te dienen. Er is in Nederland geen mogelijkheid om de doelmatigheid van de beslissing om voor inbesteding in plaats van uitbesteding te kiezen, aan te vechten. In andere landen zoals de Verenigde Staten is dat wel het geval. Dan heeft de leve­rancier ook de mogelijkheid om, als laatste middel, bij de rechter aan te tonen dat die beslissing ondoelmatig is en dus niet goed genomen.”

Is er door de overheid aangetoond dat het in­besteden van de schoonmaak leidt tot een beter product?

“Er is geen wet- of regelgeving die de overheid verplicht om onderzoek te doen naar de consequenties van inbesteding op korte en lange termijn. Als de schoonmaakbranche zegt dat inbesteden ten koste van de kwaliteit gaat, dat het uiteindelijk duurder wordt en dat het werkgelegenheid kost, dan is er voor de overheid geen verplichting om dat met tegenbewijs te ontkrachten. Dat is maatschappelijk gezien een probleem, omdat burgers zich in onvoldoende mate gehoord voelen. De overheid kan die beslissing dus nemen, maar in juridische zin hoeft zij niet aan te tonen waarom en waarvoor dat beter is.”

Bio

Elisabetta Manunza is oorspronkelijk afkomstig uit Italië. Sinds 2009 is zij hoogleraar internationaal en Europees Aanbestedingsrecht in Utrecht. Tevens geeft ze (mede) leiding aan een interuniversitair onderzoekscentrum, het Public Procurement Research Centre (www.pprc.eu). Het onderzoek van het PPRC richt zich op aanbesteden als methode om objectieve, doelmatige en rechtmatige keuzes te maken bij publieke inkoop.


Waarom heeft minister Asscher dan toch deze stap gezet?

“In Nederland is het mogelijk om een dergelijke beslissing op basis van politieke overwegingen te nemen. Bij schoonmaak, beveiliging en catering gaat het om commerciële taken, die op uitstekende wijze via een professionele aanbesteding op de markt ingekocht kunnen worden. Het is daarom des te opmerkelijker dat de overheid die taken zelf wil uitvoeren. Bij marktfalen zou een dergelijke stap niet alleen verdedigbaar, maar zelfs noodzakelijk zijn. Daar is in dit geval geen sprake van.

Door het inbesteden wordt de rol van de overheid groter. Maar in Nederland hebben we de afgelopen decennia juist een ontwikkeling gezien naar een kleinere overheid…

“Zeker. Er werd gestreefd naar een slankere overheid, om ervoor te zorgen dat de overheid slagvaardiger en efficiënter zou gaan opereren. Het is de vraag of het inbesteden van – in dit geval –schoonmaakwerk wel zo efficiënt en slagvaardig is.”

Minister Asscher rechtvaardigt het inbesteden door te stellen dat hij ‘zoveel mogelijk echte banen’ wil. Wat vindt u van die opmerking?

“Het is politieke retoriek. Direct komt de gedachte bij mij op hoe het dan zit met de schoonmakers die niet door het Rijk in dienst worden genomen: hebben zij dan geen echte baan? Boven­dien: als er misstanden zouden zijn bij schoonmakers die voor ministeries werken, dan kunnen die worden uitgebannen door de juiste eisen te stellen bij de aanbesteding.”

De vraag is of het inbesteden van schoon­maakwerk wel zo efficiënt en slagvaardig is

U schetst al met al een beeld van een inbestedings­proces bij de Rijksoverheid dat niet de schoonheids­prijs ver­dient. Hoe kan het anders?

“Momenteel voert Willem Janssen onder mijn begeleiding een promotieonderzoek uit naar inbesteden en publiek-publieke samenwerking. We trachten een systeem te ontwikkelen waarbij de overheid de moge­lijkheid om voor inbesteden te kiezen behoudt, maar verplicht wordt om die keuze uitsluitend op objectieve, niet-discriminerende motieven te baseren. Een oplossing kan zijn om een verplichte toets in te voeren, waarbij de overheid op basis van van tevoren vastgestelde criteria – denk aan zaken als kwaliteit, duurzaamheid, sociale insluiting en milieu-­impact – kiest voor de beste oplossing.”

En wat kan de schoonmaakbranche in uw ogen doen?

“Men kan bij de herziening van de Wet Markt en Overheid pleiten voor de invoering van een dergelij­ke toets. VVD en D66 hebben hier al een voorstel voor gedaan. Ik denk dat een dergelijke toets voor alle betrokken partijen een goed compromis is. De overheid houdt de vrijheid om in te besteden, en de schoonmaakbranche krijgt een instrument in handen om de inbesteding aan te vechten en objectief te laten toetsen.”

Heeft u nog een boodschap voor lagere overheden, als zij overwegen om tot inbesteding over te gaan?

“Bestudeer van tevoren goed of er aan de juridische voorwaarden is voldaan voor een recht­matige inbesteding, dat wil zeggen volgens de regels uit de herziene Aanbestedingswet. Vaak wordt daar in de praktijk geen rekening mee gehouden en zijn sommige inbestedingen tevens in strijd met de Wet Markt en Overheid. Realiseer je daarnaast dat de keuze voor inbesteding niet altijd op objectieve, doelmatige overwegingen berust. Denk ten slotte na over de risico’s die je loopt, en dan bedoel ik niet alleen de financiële risico’s. Want wat doe je als dat eigen schoonmaakbedrijf zijn werk niet naar behoren doet? Dan heb je geen alternatief. Wat doe je als je eigen werknemers onvoldoende kwaliteit leveren? Dan kun je niet zomaar van ze af. Ook dat soort risico’s is belang­rijk bij de afweging om al dan niet tot inbesteding over te gaan.”

Naar begin