Archief Inhoudsopgave

De Friskijker

Ton Heerts (MBO Raad) & Paul Rosenmöller (VO-raad)

“Met de term lager­opgeleid moeten we subiet stoppen”

Goed opgeleide vakmensen zijn goud waard voor Nederland. Zonder hen komt onze economie tot stilstand. Het is dus hoog tijd dat er meer waardering komt voor het beroepsonderwijs, menen Paul Rosenmöller (voorzitter VO-raad) en Ton Heerts (voorzitter MBO Raad). En dat betekent ook dat de termen ‘hoogopgeleid’ en ‘laagopgeleid’ moeten worden geschrapt uit ons vocabulaire.

“We moeten subiet stoppen om de woorden ‘laagopgeleid’ en ‘hoogopgeleid’ nog te gebruiken”, stelt Ton Heerts resoluut aan het begin van het interview. “In die woorden ligt een oordeel besloten. Dat vind ik gewoon niet meer van deze tijd. Het is een miskenning van wat mbo’ers waard zijn voor onze maatschappij. Zonder goede vakmensen komt de economie van Nederland tot stilstand. Zonder hen komt er niets terecht van de energietransitie, kan de zorg niet functioneren en de horeca niet groeien, en loopt in feite ook de veiligheid van ons land een risico.”

Meer waardering

Paul Rosenmöller is het daar volledig mee eens. “Het vmbo is een opleiding die voorsorteert op het beroepsonderwijs. De helft van onze scholieren gaat naar het vmbo. Daarmee is eigenlijk al gezegd hoe cruciaal het vmbo is voor onze maatschappij.”

Zelf vermijdt hij de kwalificaties laag- en hoogopgeleid en spreekt liever over ‘praktisch getalenteerde’ en ‘theoretisch getalenteerde’ jongeren. “Je bent allemaal mens en iedereen probeert het maximale uit zichzelf te halen. Ik vind echt dat we meer waardering moeten tonen – ook in onze woordkeuze – voor al die koks, monteurs, loodgieters en schoonmakers die schakelfuncties in onze economie vervullen.”

Die waardering moet er zeker óók zijn voor de 125.000 schoonmakers en glazenwassers die Nederland rijk is, zegt Heerts. “Ik was laatst op bezoek op een school, waar de directie had besloten om bewust te investeren in het beter schoonhouden van het gebouw. Wat bleek? De schoolprestaties gingen omhoog! Hetzelfde geldt dus ook voor onze ziekenhuizen, scholen, zorginstellingen en bedrijven. Een schone omgeving geeft mensen niet alleen een prettig gevoel, het komt tevens de arbeidsproductiviteit ten goede.”

Goed opgeleide vakmensen zijn goud waard

Positieve keuze

“Ik vind het heel positief dat onze premier, Mark Rutte, elke donderdag lesgeeft op een vmbo-­school”, vervolgt Rosenmöller. “Zelfs na een lange verkiezings­nacht staat hij om kwart over acht gewoon voor de klas. Daarmee geeft hij een signaal af dat deze scholieren ertoe doen. Het is belangrijk dat we laten zien dat de keuze voor het vmbo en het praktijkonderwijs een positieve keuze is, en niet een keuze is ‘omdat je niets anders kunt’.”

Heerts is nog altijd ‘supertrots’ dat de koning eind vorig jaar het mbo-jaar opende. “Minister Van Engelshoven maakt nu de term ‘student’ in het mbo mogelijk. Dat zijn goede eerste stappen van de politiek.” Maar er is volgens Heerts meer nodig. “Er ligt ook voor de politiek een belangrijke taak om het imago van het beroepsonderwijs te versterken. De keuze om voor een vakopleiding te kiezen zou veel meer gestimuleerd moeten worden in het basis- en voortgezet onderwijs. Daarnaast zou de overheid een leven lang ontwikkelen via een individuele leerrekening nu eindelijk eens mogelijk moeten maken. Het grootste gedeelte van onze beroepsbevolking is mbo-geschoold en kan met die leerrekening wendbaar blijven op een steeds sneller veranderende arbeidsmarkt.”

Gemiddelde investering

Ook Rosenmöller ziet een taak voor de politiek om het beroepsgerichte onderwijs verder te stimuleren. “We hebben in ons land een ongelooflijk kosten­efficiënt onderwijsstelsel. We halen veel uit een gemiddelde investering. Een grotere investering van de overheid in het onderwijs lijkt dan ook gerechtvaardigd.” Daarnaast pleit de VO-raad voor een andere opzet van het voortgezet onderwijs. Rosenmöller: “Ik vind Duitsland wat dat betreft een voorbeeld. Daar is van oudsher veel meer waardering voor vakmanschap. Dat zie je terug in de organisatie van het onderwijs: op alle niveaus in het voorgezet onderwijs is het mogelijk om combinaties met praktijkvakken te maken.” Verder vindt hij dat scholieren nu veel te vroeg hun keuze moeten bepalen voor een bepaald type onderwijs. “Scholieren worden al op hun 12e jaar gedwongen om te kiezen. Het zou beter zijn als scholieren met verschillende achtergronden en talenten langer bij elkaar blijven, waardoor ze pas later een definitieve keus hoeven te maken.”

“Het vmbo- en mbo-onderwijs verdient meer maatschappelijke aandacht”, concludeert Heerts. “We moeten ontzettend trots zijn op onze ‘denkende doeners’. De combinatie van een goede geest en goed met je handen kunnen werken, is goud waard voor ons land. Ik nodig OSB van harte uit om lid te worden van de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB). Dan kunnen we met vereende krachten verder bouwen aan een mooie toekomst voor ons beroepsonderwijs.”

Naar begin