Archief Inhoudsopgave

Het grote interview

Aart van der Gaag, aanjager 100.000 banenproject

“De schoonmaakbranche is een voorbeeld voor andere sectoren”

Aart van der Gaag is sinds 2014 aanjager van het 100.000 banenproject. Met als opgaaf om voor 2026 in de marktsector 100.000 banen voor mensen met een beperking te realiseren. Na drieënhalf jaar ligt het project goed op koers. Toch zal er nog een forse inspanning nodig zijn om die 100.000 banen te halen, denkt Van der Gaag. “Maar in de schoonmaaksector zie ik veel kansen.”

Lees meer

Ik heb vaak moeten horen dat het nooit zou lukken om die ‘100.000’ aan het werk te krijgen”, herinnert Van der Gaag zich. “Maar ik ben daar nooit nerveus van geworden. Jaarlijks zijn er zo’n twee miljoen vacatures. De doelstelling was om in drie jaar tijd 23.000 mensen met een beperking te plaatsen. De definitieve cijfers over 2017 komen pas in juli, maar ik schat dat we rond de 32.000 plaat­singen gaan uitkomen. Daarmee zouden we dus ver over de doelstelling heengaan. Een resultaat om trots op te zijn!”

Succesfactor

Een belangrijke succesfactor is volgens hem vooral ‘de beweging’ die op gang is gekomen. “We hebben heel bewust gekozen voor het organiseren van motivatie­bijeenkomsten, om zo ondernemers hun enthousiasme over het werken met mensen met een beperking te laten overbrengen op andere ondernemers. Dat heeft gewerkt.”

Wat gek genoeg ook hielp, was de crisis, legt Van der Gaag uit. “In de crisisjaren is er binnen het bedrijfsleven fors bezuinigd, waardoor heel veel taken zijn blijven liggen. De inzet van mensen met een beperking maakt het mogelijk om dat werk nu tegen relatief lage kosten op te pakken. Want als bedrijf kun je aanspraak maken op loonkostensubsidie, premieverlaging, begeleidingssubsidie en een no-risk polis. Dat maakt het aantrekkelijk.”

Bio

Aart van der Gaag was van 2000 tot 2016 als directeur en voorzitter verbonden aan de ABU, de brancheorganisatie van de Nederlandse uitzendbureaus. In september 2014 werd hij benoemd tot aanjager van het 100.000 banenproject. Dat project heeft tot doel om voor 2026 in de marktsector 100.000 banen voor arbeidsbeperkten te realiseren.


Forse inspanning

Inmiddels denkt Van der Gaag dat tien tot vijftien procent van alle bedrijven meedoet. “Ook de schoonmaakbranche levert een belangrijke bijdrage door de inzet van bedrijven zoals Asito, Vebego, CSU, ISS en Novon. Ik heb groot respect voor de professionaliteit waarmee de schoonmaaksector dit doet. Het is een voorbeeld voor een groot aantal andere branches.”

Toch is er in de komende jaren nog een forse inspanning nodig om de ‘100.000’ realiteit te laten worden, benadrukt Van der Gaag. “Er zijn een aantal knelpunten die dringend moeten worden opgelost.

Door inbesteding gaan we terug naar 1950

Zo zijn de gemeentelijke bestanden onvoldoende op orde. Vele tienduizenden mensen zijn nog altijd niet ‘zichtbaar’. Daarnaast ontbreekt het aan eenheid van beleid: iedere gemeente doet het weer anders. Schoonmaakbedrijven die landelijk werken, worden daar gek van. In iedere gemeente zouden dezelfde faciliteiten moeten zijn.”

Geen inbesteding

In tegenstelling tot de markt­sector, is de overheid er niet in geslaagd om de doelstelling van de banenafspraak te halen. Hoe verklaart Van der Gaag dat? “Ik zie bij de overheid geen ‘beweging’, zoals in de markt. Daarnaast hebben veel overheidsinstellingen ondersteunende taken – zoals schoonmaak – uitbesteed. De mensen met een beperking in die banen tellen dan niet mee voor de banenafspraak. Mijn advies zou zijn om die banen wél te laten meetellen. Dan ontstaat er een heel ander businessmodel. Het wordt dan voor schoonmaakbedrijven interessant om aan de overheid een pakket aan te bieden waarbij een flink percentage van de werknemers uit mensen met een beperking bestaat.”

Van der Gaag ziet dat sommige gemeenten de oplossing denken te vinden in het weer inbesteden van de schoonmaak. “Daarmee gaan we terug naar 1950, want dat is een volstrekt ouderwetse manier van denken. De markt kan het veel professioneler én goedkoper. Bovendien zijn OSB-lidbedrijven gewoon goede werkgevers. Uit onderzoek naar de Amsterdamse inbesteding blijkt dat de schoonmakers er niet gelukkiger van worden en hun doorstroommogelijkheden afnemen. Daar moet je dus niet aan willen beginnen.”

Van der Gaag vindt het dan ook verstandig dat OSB samen met het Verbond Sectorwerkgevers Overheid (VSO) optrekt. “Er ligt een gezamenlijk belang voor overheidswerkgevers en de schoonmaakbranche: namelijk hoe je de banenafspraak op een goede manier invult. Juist vanwege de laagdrempeligheid van het werk liggen er veel kansen om mensen met een beperking in de schoonmaak aan de slag te helpen. Doe daar vooral je voordeel mee.”

Naar begin